Op dit moment kun je geen wijzigingen doorgeven in Mijn Ahold Delhaize Pensioen. In verband met de overgang naar een nieuwe online omgeving is dit tijdelijk niet mogelijk. Zodra de nieuwe online omgeving klaar is, ontvang je van ons een persoonlijk bericht hierover.
Op dit moment kun je geen wijzigingen doorgeven in Mijn Ahold Delhaize Pensioen. In verband met de overgang naar een nieuwe online omgeving is dit tijdelijk niet mogelijk. Zodra de nieuwe online omgeving klaar is, ontvang je van ons een persoonlijk bericht hierover.

Pensioen: wat is er veel veranderd!

16 mei 2023

Het Nederlands pensioenstelsel is een van de beste ter wereld. Maar dat is niet altijd zo geweest. 

Pas sinds begin vorige eeuw gingen we het normaal vinden dat iedereen in Nederland recht heeft op een verzorgde ‘oude’ dag. We blikken terug op de geschiedenis van het pensioen. Daarbij kijken we natuurlijk ook naar Ahold Delhaize Pensioen.

1881

Pensioen bestond niet. Mensen werkten totdat ze niet meer konden. Vaak woonden oudere mensen samen met hun kinderen en kleinkinderen. Of ze waren afhankelijk van liefdadigheid. Machinefabrikant Stork in Twente is het eerste bedrijf in Nederland dat pensioen invoert voor de werknemers. Dat is in 1881. 

 

1913

De Invaliditeitswet (IW) wordt ingevoerd. Dat is de eerste arbeidsongeschiktheidsuitkering in Nederland. Zodra werknemers 70 jaar zijn, mogen ze stoppen met werken en krijgen ze een IW-uitkering.

 

1919

In de Invaliditeitswet wordt ook een uitkering voor weduwen en wezen opgenomen. Ook wordt de ‘ouderdomsrente’ in de wet opgenomen, een verplichte verzekering. Als de werkgever 50 jaar lang elke week een zegeltje plakt, krijgt de werknemer op 65-jarige leeftijd een uitkering van € 2,72 per week.

 

1925

De directie van Albert Heijn richt een pensioenfonds op, de voorloper van Ahold Delhaize Pensioen. Werknemers kunnen op hun 65e met pensioen. Dan krijgen ze wekelijks een uitkering van € 4,50. Maar niet iedereen krijgt pensioen. De directie bepaalt wie ervoor in aanmerking komt. De pensioenregeling geldt dan nog alleen voor mannen.

 

1931
Het pensioenfonds wordt steeds professioneler. In 1931 wordt het pensioenfonds ondergebracht in een N.V. met als naam: N.V. Pensioenfonds Albert Heijn.

 

1947

De Noodwet Ouderdomsvoorziening wordt ingevoerd. Alle 65-jarige mannen en ongehuwde vrouwen krijgen een uitkering. Dit is de ‘Noodwet-Drees’.

 

1954

De Pensioen- en Spaarfondsenwet gaat in. In deze wet staat onder andere hoe pensioenafspraken tussen werkgevers en werknemers eruit moeten zien. 

 

1957

De Algemene Ouderdomswet (AOW) wordt ingevoerd. Echtparen krijgen € 54 per maand en alleenstaanden € 32,45.

 

1959

De Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) wordt ingevoerd. Vrouwen en kinderen krijgen een uitkering als de man overlijdt. 

 

1960

Vrouwen mogen ook meedoen aan de pensioenregeling. Voorwaarde is dat ze niet getrouwd zijn en ouder dan 30 jaar. De reden: als een vrouw op haar 30e nog niet getrouwd was, zou ze misschien wel nooit trouwen. Dan was het belangrijk dat ze zelf pensioen zou opbouwen.

 

1966

Ook getrouwde vrouwen die fulltime werken gaan pensioen opbouwen bij het pensioenfonds van Ahold. Hoeveel zouden dat er zijn geweest in die tijd?

  

1981

De tijden zijn veranderd. Steeds vaker gaan vrouwen met kinderen werken zodra hun kinderen naar school gaan. Ze werken bijna altijd in deeltijd. Het pensioenfonds van Ahold past de pensioenregeling aan: parttimers met een dienstverband van minstens 33,3% gaan ook pensioen opbouwen. 

 

1981

De Hoge Raad beslist dat echtparen als ze scheiden het opgebouwde pensioen moeten verdelen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Ze moeten dit zelf regelen. 

 

1985

De AOW werd altijd betaald aan de man. Sinds 1985 krijgen mannen en vrouwen ieder zelfstandig recht op AOW. Als ze allebei de AOW-leeftijd bereikt hebben, krijgen ze ieder 50 procent van de uitkering, net als nu. 

 

1988

De rechter bepaalt dat mannen ook recht hebben op een AWW-uitkering als hun vrouw overlijdt. 

 

1990 

Een Europese Richtlijn bepaalt dat mannen en vrouwen in pensioenregelingen volledig gelijk moeten worden behandeld.

 

1992

Alle parttimers kunnen pensioen opbouwen bij het pensioenfonds van Ahold. Hiermee loopt het pensioenfonds voor op de wetgeving. Pas in 1994 wordt wettelijk verplicht dat alle parttimers ook pensioen gaan opbouwen als ze in een bedrijf werken waar een pensioenregeling is (net als nu).

 

1996

De AWW wordt vervangen door de Algemene Nabestaandenwet (ANW). Weduwen en weduwnaars krijgen onder voorwaarden een nabestaandenpensioen van de overheid, bijvoorbeeld als ze zelf een erg laag inkomen hebben.

 

2006

Regelingen om eerder te stoppen met werken, zoals Vut- en prepensioenregelingen, worden wettelijk afgeschaft. 

 

2007

De Pensioenwet treedt in werking. De wet vervangt de oude Pensioen- en spaarfondsenwet. De Pensioenwet zorgt ervoor dat deelnemers aan een pensioenregeling ervan verzekerd zijn dat deze wordt uitgevoerd en dat zij een bepaalde mate van individuele en financiële zekerheid genieten.

 

2008

Vanaf nu krijgt iedereen die pensioen opbouwt jaarlijks een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Zo kunnen mensen goed zien op hoeveel pensioen ze straks kunnen rekenen en hoe het pensioen voor hun nabestaanden eruitziet.

 

2013

De AOW-leeftijd was sinds het begin van de AOW 65 jaar. In de wet wordt vastgelegd dat de AOW-leeftijd in stappen omhoog gaat. Dat is nodig, omdat we steeds langer leven. 

 

2015

Ahold Pensioenfonds gaat uit van een pensioenleeftijd van 67 jaar. Mensen kunnen wel eerder met pensioen als ze dat willen, maar de richtleeftijd is 67. 

 

2018
Het pensioenfonds verandert zijn naam naar Ahold Delhaize Pensioen en ondergaat een (visuele) metamorfose. De pensioenleeftijd gaat (opnieuw) omhoog naar 68 jaar.

2019

Het kabinet en de werkgevers- en werknemersorganisaties maken afspraken over het pensioen in het Pensioenakkoord. Ze spreken onder andere af dat de AOW-leeftijd iets minder snel stijgt en dat het pensioenstelsel aangepast wordt. Deze afspraken zijn nodig om het pensioenstelsel toekomstbestendig te maken. 

 

2022

De belangrijkste afspraken uit het Pensioenakkoord zijn verwerkt in het wetsvoorstel toekomst pensioenen. In december 2022 gaat de Tweede Kamer akkoord met het wetsvoorstel toekomst pensioenen. Hierin staat dat pensioenregelingen straks ‘premieregelingen’ worden. Iedereen krijgt een persoonlijk pensioenpotje en het pensioen gaat meer meebewegen met de economie. Alle pensioenfondsen moeten hun pensioenregelingen aanpassen. 

 

2023

De Eerste Kamer behandelt het wetsvoorstel toekomst pensioenen. Waarschijnlijk gaat de nieuwe wet in op 1 juli 2023. Pensioenfondsen krijgen daarna nog een paar jaar de tijd om hun pensioenregeling aan te passen aan de nieuwe wet.  

 

 

Wij maken gebruik van cookies. Dit zijn kleine bestandjes die worden opgeslagen op je computer, tablet of smartphone. Cookies hebben geen toegang tot andere informatie op je computer, tablet of smartphone. Met cookies zorgen we ervoor dat je onze website optimaal kunt beleven. Zo kunnen we je de meest passende informatie tonen. Ook gebruiken we ze om het gebruik van onze website te analyseren. Meer weten over de cookies die wij gebruiken? Bekijk dan ons cookiebeleid. Je kunt de cookies uitzetten, maar dan functioneert de website minder goed. Cookiebeleid